-
Reacties 24e druk 
| 0001
M. van der Hagen, Lunteren |
| In
2002 verscheen Richtlijnen reanimatie 2002 in Nederland, de Nederlandse
Hartstichting kwam begin dit jaar met Wanneer elke seconde telt, in
januari 2003 kwam het NIBHV boek bedrijfshulpverlener uit (hierin
is het Oranje Kruis verantwoordelijk van het eerste hulp gedeelte),
nu in augustus volgt het Oranje Kruis boekje.
Over
kleine dingen moet je niet zeuren zegt men, ik doe dit dan toch
maar wel omdat het O.K. daar zelf aanleiding toegeeft door in kleine
dingen van de richtlijnen af te wijken. Zelfs het O.K.boekje is
soms iets anders bezig als in het al eerder uit gekomen NIBHV boek,
mijn vraag is hoe kan dat toch en wat moeten we als docenten met
de verschillen? Vanuit Node proberen ze op een lijn te krijgen?
Op
een apart blad zijn enkele verschillen op een rij gezet met het
bladnummer waar de tekst staat in het betreffende boekje, cursief
staan er opmerkingen, hier volgen nog een paar opmerkingen:
Op
blad 40 staat bij een gedeeltelijke afsluiting (verslikking) dezelfde
e.h. als bij volledige afsluiting, op blad 45 staat bij een s.o.
dat (nog) bij kennis is: leg hem op de rug, dan handgreep heimlich
(is borstcompressie) op blad 31 staat : laat hem niet liggen zolang
hij bij bewustzijn is!
Op
blad 51 (ademhaling-controle) staat: ........ of dat vaker dan 10
keer per minuut geademd wordt, je voelt / kijkt max. 10 seconden,
moet je op de plaats van het ongeval ook nog een berekening maken!
Zet er neer minimum 1 maal per 6 seconden. Het zelfde geld voor
het tempo van 100, zet bij een 8+: 15 compressies in 9 seconden,
niks geen bruto/ netto meer ! Op blad 73 staat al een voorbeeld:
2 x in 6 seconden beademen.
Waarom
de kinlift niet uitvoeren?
Op
blad 66 staat laat nagaan of er tekenen van shock zijn. (die zijn
er en wat doe je er in dit geval mee?)
Blad
80. Snelverband 30 cm boven de wond open laten slaan. Bij invallend
zonlicht wel eens gezien hoeveel vezeltjes er uit het openslaande
verband in de richting van de wond gaan?
|
N.R.R.boekje,
juli 2002 |
Hartstichting,
2003 |
NIBHV
boek,
jan 2003 |
Oranje
Kruis boekje
, 2003 |
|
controle
.
|
| 11.
schud voorzichtig en vraag wat is er gebeurd? |
8.
als nrr. |
18.
tegelijkertijd schudden. |
20/22.
luid en duidelijk aanspreken, geen antwoord: schud hem ......... |
|
afsluiting
luchtweg.
|
| 11.
hoofd achterover, mondinspectie, kinlift. |
10.
als nrr. |
22.
hoofd kantelen, kinlift, mondinspectie. zie ook tek.1.6B |
32.
hoofd achterover, kinlift, mondinspectie. |
| 11.
probeer kantelen van het hoofd te voorkomen bij vermoeden van nekletsel.(probeer
het niet te doen!) |
- |
22.
als nrr. |
32.
hoofd iets achterover, pas op bij mogelijk nekletsel.(wel doen, maar
pas op!)55. stap 1. idem. |
|
stabiele
zijligging.
|
| 13.
. breng arm bijna haaks op lichaam, andere arm over borst / buik,
buig been in knie, trek aan knie, ...... |
- |
29.
als nrr. |
34.
breng arm bijna haaks op lichaam, buig het been in de knie en deze
vasthouden, andere arm op schouder, pak schouder en trek aan knie
en schouder, ..... |
| 14.
controleer om de minuut de ademhaling en circulatie. |
36. als nrr. |
30. als ok.> |
36.
controleer om de minuut de ademhaling. |
|
verslikking.
|
| 15.
steun met een hand de borst |
- |
25.
als nrr.< |
41.
steun met een hand de schouder. |
| 14.
moedig aan tot hoesten/ wacht af. |
- |
25.
als nrr. < |
40.
gedeeltelijke afsluiting dezelfde e.h. als bij volledige afsluiting. |
| 15.
geef 2 eff. beademingen als het lukt, max. 5 pogingen.controleer de
pols. |
34.
als het lukt om 2 eff. inblazingen te geven, controleer dan elke min.
de hartslag ....... |
25.
geef 2 maal een eff. beademing, gebruik hiervoor max. 5 pogingen.26.
als op een gegeven moment beademingen mogelijk zijn: controleer of
er circulatie aanwezig is. |
46.
stap 4. probeer als dat niet lukt en het s.o. niet ademt, max. 5
keer een inblazing te geven.
(moet
het zijn: in max. 5 pogingen 2 eff. inblazingen te geven? )stap
5. ga als inblazen lukt door met beademen (.....) moet het zijn:
door met stap 10.?
|
| 35.
niet reagerend: voer de reanimatie uit.
herhaal
5 slagen op de rug en 5 borstcompressies.
|
42.
als de baby bewusteloos is geworden moet u de gewone reanimatie toepassen
........... |
51.
niet reagerend : voer de reanimatie uit. |
herhaal
dan 5 slagen op de rug en 5 borstcompressies.
47. stap 6 bij een kind van 1 - 8 jr. en stap 7 bij 0 - 1 jr. :
moeten deze stappen beginnen met: Bewusteloos:Wissel ... ?
stap
6 bij 0 - 1 jr. : moet deze tekst aangevuld aan gevuld met : indien
nodig herhaal boven staande stappen.?
|
|
stoornissen
in de ademhaling.
|
| 10.
.......gevolgd door een optimale kinlift uitgevoerd worden. |
14.
als nibhv. > |
37.
controleer of het hoofd voldoende naar achteren is gekanteld en of
u de juiste kinlift hebt uitgevoerd. |
52.(bij
actie rechts) breng het hoofd verder achterover ook als het s.o. mogelijk
nekletsel heeft. |
| 12.
controleer elke minuut de pulsaties ......... |
28.
elke minuut de hartslag, om de 5 minuten de ademhaling. |
38.controleer
elke minuut de halsslagader, 39. blijf ademhaling controleren. |
61.
beoordeel iedere minuut de ademhaling: is dit de controle van blad
51? dan gaat er minimaal 1 beademing minder per min. plaats vinden!
er staat ook nog : samen 10 sec. , beide gelijk controleren? |
|
stoornissen
in de bloedsomloop.
|
| 13.
- schuif de hiel van uw andere hand vanaf de hoofdzijde over het borstbeen
tot tegen uw wijsvinger. |
16.
als nrr. |
39.als
nrr.
bij
schuiven minder kans dat de wijsvinger toch bedekt wordt!
|
70.
plaats de duimmuis van uw hand naast de wijsvinger. |
| 10/14.
liever 1 hulpverlener, goed getraind 2 hulpverleners. |
20.
altijd reanimatie door 1 hulpverlener. |
43.
in principe 1 hulpverlener maar kan ook door 2. |
72/75.
1 en 2 hulpverleners. |
| 0002 |
Allereerst
wil ik mijn waardering uitspreken voor de ontwerpers van deze kritische
kantekeningen, mij lijkt het een moeilijke en ondankbare taak.In
z'n algemeenheid sluit ik mij dan ook aan bij de reactie van het
bestuur van de NODE op dat artikel.
Toch heb ik kantekeningen geplaatst bij een aantal opmerkingen,
wel moet u begrijpen dat het zeker niet in mijn bedoeling ligt een
eindeloze discussie in gang te zetten. Ik wil oa aangeven dat zelfs
het schrijven van commentaar nauwgezet moet gebeuren.
De tendens in het schrijven is, het spreken van één
taal waarbij met een schuin oog wordt gekeken hoe de professionele
hulpverleners het aanpakken.
De
reactie op Blz. 46, stap 4: of we nu zacht of hard moeten blazen?
Dit komt bij mij een beetje dom over. Immers het inblazen met
een hogere druk zal niet het gewenste resultaat opleveren wanneer
de luchtweg belemmerd is? Wanneer er met een drukverhoging zal
worden beademd zal de ingeblazen lucht de weg van de minste weerstand
zoeken en dat zal naar alle waarschijnlijkheid de slokdarm zijn.
Wanneer deze actie wordt volhard zal het mogelijke gevolg aspiratie
(inademing van de inhoud van de maag) zijn met alle gevolgen van
dien. Het is op zich best mogelijk om met een verhoogde druk te
beademen maar dan dient de hulpverlener de handgreep van Sellick
toe te passen. Omdat ik begrijp dat het niveau van de eerste hulpverlening
laagdrempelig moet zijn én blijven maar er tevens zoveel
als mogelijk is eenduidige handelingen uitgevoerd moeten worden,
denk (ook) ik dat we ons moeten houden aan de reeds bereikte consensus
van de NRR.
Blz.
50: De tekst roept verwarring op; dat doet het zeker! Ook uw tekst
roep bij mij vraagtekens op! Het vier (4) keer per minuut ademen
in rust is naar mijn mening een niet alledaags beeld. Wel denk
ik dat men er verstandig aan doet om ons in deze aan te sluiten
bij de professionele hulpverlening. Zie hiervoor de RT-score in
het boek Traumatologie van de wetenschappelijke uitgeverij Bunge,
uitgegeven te Utrecht in 1993, bladzijde 35. Maar ook het SOSa
handboekje met de protocollen geeft hier inzicht in.
Ademfrequentie van 10 - 29/min wordt beschouwd als normaal, 30/min
of hoger wordt als snel weergegeven, 6 - 9/min is langzaam en
1 - 5/min als zeer langzaam. Het antwoordt is volgens mij dan
ook correct wanneer men spreekt over een frequentie lager dan
10! Resumé; laat u niet meeslepen in uw enthousiasme die
vier keer p/min is echt uitzonderlijk. Overigens zou ik dat kleine
rekensommetje nog maar eens toetsen aan uw eigen voorbeeld van
vier keer p/min ademen.
Blz.
90:Het shockwiel opnieuw uitvinden. Naar mijn mening is dit iets
te kort door de bocht. De omschrijving van;' het lijkt wel of
iedere druk weer iemand anders het shock-wiel opnieuw aan het
uitvinden is', doet mij vermoeden dat de auteurs niet beseffen
dat ze werken op een vakgebied welke onderhevig is aan voortschrijdende
inzichten. Daarnaast wordt de ernst van de situatie voor de cursisten
vaak snel duidelijk wanneer er wordt gesproken van een tekort
aan zuurstof op cellulair niveau. De omschrijving zou naar mijn
mening dan ook duidelijk en volledig zijn wanneer er stond; shock
is een absoluut of relatief tekort aan circulerend bloed en/of
vocht volume welke op cellulair niveau een tekort aan zuurstof
oplevert. Het verdere verhaal m.b.t. de eventuele hulpverlening
welke zou kunnen worden toegepast is interessant en hierover wil
ik best nog eens met u van gedachte wisselen.
Blz.
118: De regel van negen. Ik heb dit verhaal gelezen en nog eens
gelezen en ik snap er werkelijk niets van. Wat wordt er bedoeld
met; De geslachtsorganen hebben een oppervlak van circa 1% dat
toegevoegd moet worden aan het deel waar ze zich bevinden? Ik
verwijs naar het zakwoordenboek der geneeskunde waarin duidelijk
omschreven staat wat tot de geslachtorganen behoort en wat niet.
Verder vraag ik mij af waar die mooie tekening uit voorgaande
boekjes met daarop de regel van negen zijn gebleven!
Er
zijn nog wel een aantal puntjes waarover gediscussieerd zou kunnen
worden, maar ik hoop dat ik zo mijn doel reeds heb bereikt. Bewust
laat ik een aantal zaken liggen of ga hier niet verder op in (bewusteloosheid,
Heimlich en het verslappen van de spieren).
Kortom; ik waardeer de kritische aantekeningen en de insteek om
meer eenduidigheid binnen het eerste hulp onderwijs. Daarnaast
heb ik begrip voor het feit dat men laagdrempeliger en eenvoudiger
onderwijs wil aanbieden, maar dit gaat naar mijn gevoel wel ten
koste van de kwaliteit van hulpverlenen. Ik heb iets gelezen over
een aap een kunstje leren (NODE magazine, 1e jaargang, nummer
3, augustus 2003, bladzijde 4, redactioneel) en om maar bij de
dieren wereld te blijven, ik heb docenten/instructeurs als een
aap op een roestig horloge zien kijken wanneer er inhoudelijke
en gefundeerd op een ehbo onderwerp wordt ingegaan.
Ik vrees voor datgene wat gaat ontspruiten uit de kennis en de
inzichten van de verschillende docenten.
Terecht wordt opgemerkt dat we de handen ineen moeten slaan om
het tij te keren, maar uhhh
. hoe gaan we dat dan doen?
|
| 0003 |
Op
blz.143 staat een schakelkast afgebeeld met een pijltje naar de
"hoofdschakelaar" dit is echter helemaal de hoofdschakelaar
niet maar de beltrafo. Volgens een elektromonteur staat er zelfs
helemaal geen hoofdschakelaar op het plaatje. want de witte knop
is die van de aardlekschakelaar.
misschien in een volgende uitgave wijzigen of een erratum geven.
Ook heb ik alle andere op/aanmerkingen bekeken en ik ben het helemaal
met de schrijvers eens, een opmerking is volgens mij al gecorrigeerd
nl. over blz. 102. |
| 0003a |
Foto
meterkast blz. 143, blauwe kastje met vermelding hoofdschakelaar,
is
in werkelijkheid de schakelaar van de beltrafo van 12V. Hier is
de veiligheid niet mee gediend. Een hoofdschakelaar wordt geplaatst
in meterkasten met meer dan 5 groepen en bevindt zich altijd onder
de groepenkast en boven de console waar de kWh meter op is gemonteerd.
Tip.
Van der Heide bliksembeveiliging geeft een geplastificeerd blad
uit met de titel "De beste afweer tegen onweer" Bevat
zeer nuttige tips voor hulpverleners op post bij onweer om veiligheid
van hem en omstanders te verbeteren, kan zo in het boekje (Engels
model uiteraard) worden opgenomen. (email: mail@vanderheide.nl) |
| 0004 |
over
de docentenhandleiding:
- sheets zijn overvol, niet te gebruiken, zinloos om deze op zo'n
manier op
CD te zetten |
| 0005 |
Let
op gevaar!
Hoofdstuk 11 Elektriciteitsletsels
Als men ergens goed op gevaar voor je eigen veiligheid moet letten
is het wel bij elektriciteitsletsels.
Je zie het niet je ruikt het niet, maar je voelt het wel maar dan
kan het te laat zijn .
De actiepunten zoals ze staan aangegeven op bladz. 142 zijn helemaal
juist.
Maar de foto die staat afgebeeld op bladz 144 komt niet overeen met
de werklelijkheid.
Als ik de foto bekijk heeft de persoon een boormachine in de hand
met een zeer waarschijnlijk dubbel geïsoleerd handvat en kan
hij op deze manier niet onder stroom staan
Aan een boormachine zit nooit een langere snoer dan 2 1/2 meter.
Het is dus logisch dat in deze situatie de enige juiste manier om
de stroom uit te schakelen is de stekker uit het stopcontact te trekken.
En niet zoals op de foto staat aangegeven dat men eerst een matje
van geïsoleerd materiaal, een houten stok en ook nog handschoenen
moet gaan zoeken om het slachtoffer te bevrijden van de elektrisch
stroom. Eer je dat bij elkaar hebt kan het wel eens te laat zijn.
De foto strikt dus met met de werkelijk te nemen actie |
| 0006,
M. Niessen |
De
manier waarop het boekje in Nederland werd geintroduceerd is een grote
mate debet aan de huidige situatie. Ik zie het wel als een groot compliment
dat het Oranje Kruis zeer veel vertrouwen heeft in de kunde en kennis
van de
kaderinstructeurs dat zij er van uitgaan dat deze mensen, ondanks
de
vakanties, kans zien om met het nieuwe boekje aan de gang te gaan.
Helaas
voor het OK is de kunde en kennis van de kaderinstructeurs er debet
aan dat er vele kritische vragen en opmerkingen zijn.
Zonder
afbreuk te willen doen aan de vele goede zaken die in het nieuwe
boekje staan, sta ik daarom volledig achter het advies van de heer
Geurts om
de aanbevelingen over te nemen totdat er meer duidelijkheid is over
hoe
e.e.a. gecorrigeerd wordt, en zoja, hoe gecorrigeerd wordt.
|
| 0007,
M. Niessen |
|
Na
aanleiding van het artikel in nodemagazine nummer 3,
artikel Beukenkamp vd Horst Beliën met betreking tot het onderwerp
let op gevaar het
volgende;
Protocol 2.1.3. is het protocol waarin de ongevalssituatie wordt
beoordeeld.
Het protocol 2.1.1. is echter het eerste protocol waarmee de ambulancemensen
mee moeten beginnen. En dat protocol heet "eigen veiligheid".
Als de eigen veiligheid gewaarborgd is dan komt de rest.
Maar waar hebben we het eigenlijk over Binnen de ARBO (de regelgeving
voor arbeidsomstandigheden) worden twee definities voor gevaar en
risico gehanteerd die goed aansluiten op de EHBO.
Beiden definities worden soms tot een definitie voor gevaar samengevoegd.
Vandaar dat ik de kreet "let op gevaar" het voordeel van
de twijfel geef.
Bijna elk aspect dat binnen de EHBO aan de orde komt is uiteindelijk
een invulling van de opdracht "op gevaar letten".
"Gevaar" is echter zo'n alledaags begrip dat velen gevoelsmatig
weten wat er mee bedoeld wordt, maar niet uit kunnen leggen wat
gevaar precies is.
Toch is het belangrijk te weten wat gevaar precies is. Alleen dan
kunnen ook de "onbekende gevaren" onderkend worden en
kunnen passende maatregelen genomen worden.
GEVAAR is een ongewenst effect dat schade, letsel of hinder veroorzaakt
Gevaar is dus per definitie ongewenst en dat betekent dat het "gevaar"
voor de betrokkenen niet hetzelfde hoeft te zijn.
Een voorbeeld:
· B staat voor een raam staat en A wil een emmer water naar
hem gooien.
· Voor A is een gevaar dat hij mis gooit, hij wilde immers
raak gooien.
· Voor A is een ander gevaar, namelijk dat B niet het leuk
vindt en daarom wraak wil nemen op A.
· Voor B is het gevaar dat A raak gooit en hij dus nat wordt.
De definitie is een begin maar er is meer. RISICO is de kans dat
een gevaar met een bepaalde ernst daadwerkelijk optreedt Het risico
dat een bepaald gevaar daadwerkelijk optreedt, bepaalt in grote
mate de reactie op dat gevaar.
De gevolgen van het nat worden zijn meestal niet zo groot, maar
de kans dat B door het water geraakt wordt is zo groot, dat hij
alles in het werk zal stellen om te voorkomen dat hij geraakt wordt.
De gevolgen van een meteoor inslag zijn gigantisch, maar de kans
dat zoiets gebeurd is zo klein, dat bijna niemand daar wakker van
ligt.
VEILIGHEID is het bewust nemen van aanvaarde risico's
Twee elementen binnen de definitie bepalen het begrip veiligheid.
Het eerste element is het "bewust nemen van risico's".
Als risico's niet bewust worden genomen, is er per definitie geen
sprake van veiligheid.
Het tweede element is begrip "aanvaarde risico's".
Veiligheid sluit risico's dus niet uit, maar brengt ze terug tot
een aanvaard nivo. Niet het individu bepaalt of een risico aanvaardbaar
is, maar de maatschappij doet dat. En wat wij als maatschappij aanvaardbaar
vinden, is constant in beweging.
Veel van de veranderingen in de diverse drukken zijn gebaseerd op
veranderde inzichten, verbeterde materialen en/of technieken.
Moest bijvoorbeeld in de 22ste druk ieder bewusteloos slachtoffer
in de stabiele zijligging gebracht worden, in de 23ste druk worden
een aantal overwegingen gegeven om het niet zonder meer te doen.
Wat een EHBO'er moet doen, is constant de veiligheid waarborgen.
EHBO is een constant afwegen van risico's.
Risico's die men neemt door iets te doen of juist door iets laten.Dit
is een wezenlijke uitbreiding van de verantwoordelijkheden van de
EHBO' er t.o.v. de 22ste druk.
De EHBO'er moer er zich er bewust van zijn, waarom hij dingen doet
of laat. Hij kan zich, bij wijze van spreken, veel minder verschuilen
achter de letterlijke tekst van het Oranje Kruisboekje.
|
| 0008 |
Op
blz 3 en 132 staan 2 foto's die suggereren dat het (erg) koud is en
dat
komt overeen met de tekst in de 24e druk. De zilver kleurige kant
van de
reddingsdeken (folie) is naar buiten gekeerd. Als ik echter de tekst
lees
op de bijsluiter van een zogenaamde reddingsdeken (Medical shop) dan
dient
bij koude de zilverkleurig kant van deze deken op het lichaam te liggen
en
de goudkleurige zijde naar buiten gekeerd.
Hoe zit dit nu? Zijn dit mogelijk andere reddingsdekens of zijn de
foto's
verkeerd. |
| 0009
brief aan Directie Thiememeulenhoff. |
|
t.a.v.
Dhr. J.A. Brouwer.
Zwolle,
24-10-03.
Geachte
Heer Brouwer.
Onlangs
heeft ondergetekende u al een mail gezonden over de 24e druk v.h.
O.K. boekje.
Bedankt
voor uw antwoord, alleen blijft hij het jammer vinden, dat het idee,
dat zo essentieel is niet verwerkt wordt zonder dat het veel hoeft
te kosten niet verwerkt wordt in een nieuwe oplage i.p.v. wat u
suggereerde in de 25e druk over 6 of 7 jaar.
Deze
week gaf hij les bij een installatie bedrijf in Almere, hij deelde
de nieuwe boekjes uit aan de Eerste Hulp ploeg, zij keken er in
en de elektrotechnici, vielen met een over pagina 143, waarin een
storende aanwijzings fout staat.
In
deze pagina wordt de indruk gewekt dat de beltransformator de hoofdschakelaar
is.
Dit
is niet zo want deze zit er naast.
Zij
hebben meteen uit het magazijn de benodigde onderdelen gehaald en
dezelfde opstelling gemaakt als op de foto staat.
De
andere ochtend gaf hij les bij D.S.M. in Zwolle.
Het
Eerste Hulp team bestaat voor het grootste deel uit H:B.O.-ers en
Academici,
zij
brachten ook een storend gebeuren op blz. 136 naar voren.
Zij
zeiden het Oranje Kruis moet het goed doen, of anders deze symbolen
achterwege laten.
Men
heeft pas wat aan de symbolen, als men per symbool er bijzet wat
het voorstelt.
Het
kruis: Schadelijk of irriterend.
De
reageerbuisjes: Bijtend en/of corrosief.
De
doodshoofd: Giftig tot zeer giftig. (Toxisch.)
Is
het veel gevraagd als u dit in een volgende oplage kunt aanpassen,
want het is voor een docent heel vervelend om aan de cursisten te
zeggen dat het verkeerd of onvolledig in het boekje staat. En nog
erger is als deze informatie aan de cursisten wordt onthouden.
Inmiddels
verblijvend, met vr. groet en hoogachting.
J.
Boender.
|

|