|
Nr.
73
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN
WERKGELEGENHEID
Aan
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den
Haag, 6 maart 2006
Tijdens het Algemeen Overleg over de nationale kop arbeidsomstandigheden,
dat ik op 25 januari jl. voerde met de Vaste commissie voor Sociale
Zaken en Werkgelegenheid van uw Kamer (Kamerstuk 25 883, nr. 71),
is het thema vrijwilligers en arboregelgeving aan de orde gesteld.
Naar aanleiding van dit overleg is een motie ingediend door het
lid Rambocus met het verzoek aan de regering om de afschaffing van
belastende arboregels voor vrijwilligersorganisaties met de gewijzigde
Arbowet, zoveel mogelijk naar voren te halen (Kamerstukken II 2005/06,
25 883 nr. 69).
Deze motie is op 31 januari jl. met een meerderheid van stemmen
aangenomen.
Op de hierna volgende wijze geef ik invulling aan deze motie. In
mijn brief van 4 oktober 2005 (Kamerstukken II 2005/06, 25 883 nr.
55) heb ik aangekondigd dat mijn beleidsvoornemen is om met de herziening
van de Arbowet 1998 dezelfde wettelijke systematiek voor vrijwilligers
te hanteren als momenteel voor zelfstandigen geldt. Hierbij geldt
als uitgangspunt dat de situatie waarin gewerkt wordt veilig is
voor een ieder die aan het werk is en een ieder die zich al dan
niet toevalligerwijs in een werksituatie bevindt waar het gaat om
zeer ernstige (levensbedreigende) risicos. Dit uitgangspunt
is ookdoor de SER-commissie Arbeidsomstandigheden erkend in haar
advies over het toepassingsgebied van de arbeidsomstandighedenregelgeving
op zelfstandigen (Kamerstukken II 2003/04, 25 883 nr. 24). Ik heb
geconstateerd dat de beleidslijn om vrijwilligers niet onnodig te
belasten met arboregels, maar wel te beschermen tegen zeer ernstige
risicos, breed wordt gesteund. Ook de Nationale Bond EHBO
heeft mijn aandacht gevraagd voor de positie van vrijwilligers.
Om het maatschappelijk draagvlak voor een vrijstelling te toetsen
is er contact gezocht met CIVIQ, het nationale kenniscentrum op
het gebied van vrijwillige inzet. CIVIQ ondersteunt de gedachte
van de EHBO bond om vrijwilligers niet onnodig te belasten met verplichtingen
die weldra weer zullen vervallen.
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2 Vergaderjaar 20052006 KST95304
0506tkkst25883-73
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
s-Gravenhage 2006 Tweede Kamer, vergaderjaar 20052006,
25 883, nr. 73 1
|